Werkvorm spanningsmeter

24 februari 2021

Leg in de zaal 4 hoepels neer. Groen, geel, oranje, rood. De cliënt krijgt in zijn arm een voorwerp van een wat zwaarder gewicht (ongeveer 2,5 kg). De cliënt moet zijn arm strekken en waarnemen in welke mate de spanning in zijn/ haar lijf toeneemt.

De cliënt begint bij de groene hoepel en stapt door wanneer de spanning oploopt. Dit mag in stilte, maar kan ook worden uitgesproken om de lichaamssignalen te benoemen, zodat de therapeut weet wat er gebeurd.

Interventies;
- hoe lang blijft cliënt bij een bepaalde kleur staan. Bijvoorbeeld rood. Wat zegt dit over de coping.
- hoe gaat iemand om met opbouwende spanning.
- kan iemand inschatten hoeveel energie de uitvoering kost.


 

Deel dit via:
Terug naar het nieuwsoverzicht